scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Acts 27장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Acts

1:1-5 Preface to Theophilus 1:6-11 The Ascension of Jesus and the Promise of His Return 1:12-14 The Disciples Devoted to Prayer in the Upper Room 1:15-26 Matthias Chosen to Replace Judas 2:1-13 The Holy Spirit Comes at Pentecost 2:14-36 Peter Addresses the Crowd 2:37-41 Three Thousand Repent and Are Baptized 2:42-47 The Fellowship of the First Believers 3:1-10 Peter Heals the Lame Beggar at the Temple Gate 3:11-26 Peter Preaches in Solomon's Portico 4:1-12 Peter and John Before the Council 4:13-22 The Rulers Forbid Preaching in Jesus' Name 4:23-31 The Believers Pray for Boldness 4:32-37 The Community That Shared All Things 5:1-11 The Deceit and Death of Ananias and Sapphira 5:12-16 Signs and Wonders Through the Apostles 5:17-26 The Apostles Imprisoned and Freed by an Angel 5:27-33 The Apostles Obey God Rather Than Men 5:34-42 Gamaliel's Counsel and the Apostles Beaten 6:1-7 Seven Chosen to Serve 6:8-15 Stephen Seized and Brought Before the Council 7:1-8 Stephen Recounts the Call of Abraham 7:9-19 Joseph and the Ancestors in Egypt 7:20-29 The Birth of Moses and His Flight to Midian 7:30-43 Israel's Rebellion in the Wilderness 7:44-50 The Folly of Trusting in a House Made by Hands 7:51-60 The Stoning of Stephen 8:1-8 The Scattered Believers Spread the Gospel 8:9-25 Simon the Magician Rebuked 8:26-40 Philip and the Ethiopian Eunuch 9:1-9 Saul Meets the Risen Lord on the Road to Damascus 9:10-19 Saul's Sight Restored Through Ananias 9:20-31 Saul Preaches Boldly in Damascus and Jerusalem 9:32-35 Peter Heals Aeneas at Lydda 9:36-43 Peter Raises Tabitha at Joppa 10:1-8 The Vision of Cornelius the Devout Centurion 10:9-23 Peter's Vision of the Sheet 10:24-33 Peter Enters the House of Cornelius 10:34-43 Salvation Comes to the Gentiles 10:44-48 The Holy Spirit Poured Out on the Gentiles 11:1-18 Peter Explains Himself in Jerusalem 11:19-26 First Called Christians at Antioch 11:27-30 Relief Sent to the Brethren in Judea 12:1-5 The Martyrdom of James and the Imprisonment of Peter 12:6-19 An Angel Leads Peter Out of Prison 12:20-25 The Wretched End of the Proud Herod 13:1-3 Barnabas and Saul Sent Off 13:4-12 Paul Rebukes the Magician in Cyprus 13:13-41 Paul Preaches in the Synagogue at Pisidian Antioch 13:42-52 The Two Apostles Turn to the Gentiles 14:1-7 Preaching and Division at Iconium 14:8-20 The Apostles Mistaken for Gods at Lystra 14:21-28 Strengthening the Churches and Returning to Antioch 15:1-5 The Dispute Over Circumcision 15:6-21 The Council at Jerusalem 15:22-35 The Letter of Decision Sent to the Gentile Churches 15:36-41 Paul and Barnabas Part Ways 16:1-5 Paul Takes Timothy as a Companion 16:6-10 The Vision to Come Over to Macedonia 16:11-15 Lydia Believes at Philippi 16:16-24 Healing the Slave Girl and Imprisonment 16:25-40 The Prison Doors Open and the Jailer Is Saved 17:1-9 Preaching and Uproar at the Thessalonian Synagogue 17:10-15 The Bereans Examine the Scriptures 17:16-34 Paul Preaches at the Areopagus in Athens 18:1-11 Aquila and Priscilla Met at Corinth 18:12-17 Paul Brought Before Gallio 18:18-23 Returning to Antioch and Setting Out Again 18:24-28 Apollos Instructed at Ephesus 19:1-7 The Disciples at Ephesus Receive the Holy Spirit 19:8-12 Continued Teaching in the Hall of Tyrannus 19:13-20 The Exorcists and the Burning of Magic Books 19:21-41 The Riot Stirred Up by Demetrius the Silversmith 20:1-6 Through Macedonia and Greece to Troas 20:7-12 Eutychus Restored to Life at Troas 20:13-16 The Voyage to Miletus 20:17-38 Paul's Farewell to the Ephesian Elders 21:1-16 The Final Voyage to Jerusalem 21:17-26 Paul Meets James and Observes the Rite of Purification 21:27-40 Paul Arrested in the Temple 22:1-21 Paul Testifies to His Conversion Before the Crowd 22:22-29 Spared the Scourge by Roman Citizenship 22:30 Paul Brought Before the Council 23:1-11 The Argument That Divided Pharisees and Sadducees 23:12-22 The Plot to Kill Paul 23:23-35 Paul Sent Under Guard to the Governor at Caesarea 24:1-9 The Accusation Before Felix 24:10-21 Paul's Defense Before Felix 24:22-27 Felix Keeps Paul in Custody 25:1-12 Paul Appeals to Caesar 25:13-27 Festus Lays the Case Before Agrippa 26:1-11 Paul Recounts His Former Life Before Agrippa 26:12-23 Paul Testifies to the Heavenly Commission 26:24-32 Paul's Appeal to the King 27:1-12 The Beginning of the Voyage to Rome 27:13-26 The Ship Caught in the Storm 27:27-38 Salvation Promised to the Crew and Passengers 27:39-44 The Ship Wrecked and All Are Saved 28:1-10 Kindness Shown on the Island of Malta 28:11-16 Paul Arrives at Last in Rome 28:17-29 Paul's Testimony to the Jews in Rome 28:30-31 Boldly Proclaiming the Kingdom of God
27:1
待機

En als het besloten was, dat wij naar Italie zouden afvaren, leverden zij Paulus en enige andere gevangenen, over aan een hoofdman over honderd, met name Julius van de keizerlijke bende.

27:2
待機

En in een Adramyttenisch schip gegaan zijnde, alzo wij de plaatsen langs Azie bevaren zouden, voeren wij af; en Aristarchus, de Macedonier van Thessalonica, was met ons.

27:3
待機

En des anderen daags kwamen wij aan te Sidon. En Julius, vriendelijk met Paulus handelende, liet hem toe tot de vrienden te gaan, om van hen bezorgd te worden.

27:4
待機

En van daar afgevaren zijnde, voeren wij onder Cyprus heen, omdat de winden ons tegen waren.

27:5
待機

En de zee, die langs Cilicie en Pamfylie is, doorgevaren zijnde, kwamen wij aan te Myra in Lycie.

27:6
待機

En de hoofdman, aldaar een schip gevonden hebbende van Alexandrie, dat naar Italie voer, deed ons in hetzelve overgaan.

27:7
待機

En als wij vele dagen langzaam voortvoeren, en nauwelijks tegenover Knidus gekomen waren, overmits het ons de wind niet toeliet, zo voeren wij onder Kreta heen, tegenover Salmone.

27:8
待機

En hetzelve nauwelijks voorbij zeilende, kwamen wij in een zekere plaats genaamd Schonehavens, waar de stad Lasea nabij was.

27:9
待機

En als veel tijd verlopen, en de vaart nu zorgelijk was, omdat ook de vasten nu voorbij was, vermaande hen Paulus,

27:10
待機

En zeide tot hen: Mannen, ik zie, dat de vaart zal geschieden met hinder en grote schade, niet alleen van de lading en van het schip, maar ook van ons leven.

27:11
待機

Doch de hoofdman geloofde meer den stuurman en den schipper, dan hetgeen van Paulus gezegd werd.

27:12
待機

En alzo de haven ongelegen was om te overwinteren, vond het meerder deel geraden ook van daar te varen, of zij enigszins te Fenix konden aankomen om te overwinteren, zijnde een haven in Kreta, strekkende tegen het zuidwesten en tegen het noordwesten.

27:13
待機

En alzo de zuidenwind zachtelijk waaide, meenden zij hun voornemen verkregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden zij dicht voorbij Kreta henen.

27:14
待機

Maar niet lang daarna, sloeg tegen hetzelve een stormwind, genaamd Euroklydon.

27:15
待機

En als het schip daarmede weggerukt werd, en niet kon tegen den wind opzeilen, gaven wij het op, en dreven heen.

27:16
待機

En lopende onder een zeker eilandje, genaamd Klauda, konden wij nauwelijks de boot machtig worden.

27:17
待機

Dewelke opgehaald hebbende, gebruikten zij alle behulpselen, het schip ondergordende; en alzo zij vreesden, dat zij op de droogte Syrtis vervallen zouden, streken zij het zeil, en dreven alzo henen.

27:18
待機

En alzo wij van het onweder geweldiglijk geslingerd werden, deden zij den volgende dag een uitworp;

27:19
待機

En den derden dag wierpen wij met onze eigen handen het scheepsgereedschap uit.

27:20
待機

En als noch zon noch gesternten verschenen in vele dagen, en geen klein onweder ons drukte, zo werd ons voort alle hoop van behouden te worden benomen.

27:21
待機

En als men langen tijd zonder eten geweest was, toen stond Paulus op in het midden van hen, en zeide: O mannen, men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben, en van Kreta niet afgevaren te zijn, en dezen hinder en deze schade verhoed te hebben;

27:22
待機

Doch alsnu vermaan ik ulieden goedsmoeds te zijn; want er zal geen verlies geschieden van iemands leven onder u, maar alleen van het schip.

27:23
待機

Want dezen zelfden nacht heeft bij mij gestaan een engel Gods, Wiens ik ben, Welken ook ik dien,

27:24
待機

Zeggende: Vrees niet, Paulus, gij moet voor den keizer gesteld worden; en zie, God heeft u geschonken allen, die met u varen.

27:25
待機

Daarom zijt goedsmoeds, mannen, want ik geloof Gode, dat het alzo zijn zal, gelijkerwijs het mij gezegd is.

27:26
待機

Doch wij moeten op een zeker eiland vervallen.

27:27
待機

Als nu de veertiende nacht gekomen was, alzo wij in de Adriatische zee herwaarts en derwaarts gedreven werden, omtrent het midden des nachts, vermoedden de scheepslieden, dat hun enig land naderde.

27:28
待機

En het dieplood uitgeworpen hebbende, vonden zij twintig vademen; en een weinig voortgevaren zijnde, wierpen zij wederom het dieplood uit, en vonden vijftien vademen;

27:29
待機

En vrezende, dat zij ergens op harde plaatsen vervallen mochten, wierpen zij vier ankers van het achterschip uit, en wensten, dat het dag werd.

27:30
待機

Maar als de scheepslieden zochten uit het schip te vlieden, en de boot nederlieten in de zee, onder den schijn, alsof zij uit het voorschip de ankers zouden uitbrengen,

27:31
待機

Zeide Paulus tot den hoofdman en tot de krijgsknechten: Indien dezen in het schip niet blijven, gij kunt niet behouden worden.

27:32
待機

Toen hieuwen de krijgsknechten de touwen af van de boot, en lieten haar vallen.

27:33
待機

En ondertussen dat het dag zou worden, vermaande Paulus hen allen, dat zij zouden spijze nemen, en zeide: Het is heden de veertiende dag, dat gij verwachtende blijft zonder eten, en niets hebt genomen.

27:34
待機

Daarom vermaan ik u spijze te nemen, want dat dient tot uw behouding; want niemand van u zal een haar van het hoofd vallen.

27:35
待機

En als hij dit gezegd had en brood genomen had, dankte hij God in aller tegenwoordigheid; en hetzelve gebroken hebbende, begon hij te eten.

27:36
待機

En zij allen, goedsmoeds geworden zijnde, namen ook zelven spijze.

27:37
待機

Wij waren nu in het schip in alles tweehonderd zes en zeventig zielen.

27:38
待機

En als zij met spijze verzadigd waren, lichtten zij het schip, en wierpen het koren uit in de zee.

27:39
待機

En toen het dag werd, kenden zij het land niet; maar zij merkten een zekeren inham, die een oever had, tegen denwelken zij geraden vonden, zo zij konden, het schip aan te zetten.

27:40
待機

En als zij de ankers opgehaald hadden, gaven zij het schip aan de zee over, meteen de roerbanden losmakende; en het razeil naar den wind opgehaald hebbende, hielden zij het naar den oever toe.

27:41
待機

Maar vervallende op een plaats, die de zee aan beide zijden had, zetten zij het schip daarop; en het voorschip, vastzittende, bleef onbewegelijk, maar het achterschip brak van het geweld der baren.

27:42
待機

De raadslag nu der krijgslieden was, dat zij de gevangenen zouden doden, opdat niemand, ontzwommen zijnde, zoude ontvlieden.

27:43
待機

Maar de hoofdman, willen Paulus behouden, belette hun dat voornemen, en beval, dat degenen, die zwemmen konden, zich eerst zouden afwerpen, en te land komen;

27:44
待機

En de anderen, sommigen op planken, en sommigen op enige stukken van het schip. En alzo is het geschied, dat zij allen behouden aan het land gekomen zijn.