scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 출애굽기 28장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 출애굽기

1:1-7 Israel Multiplies in Egypt 1:8-14 A New Pharaoh Oppresses Israel 1:15-22 The Hebrew Midwives Fear God 2:1-10 The Child in the Basket of Reeds 2:11-22 Moses Flees to Midian 2:23-25 God Hears Israel's Groaning 3:1-10 In the Midst of the Burning Bush 3:11-22 The Name I AM WHO I AM 4:1-9 Three Signs Given to Moses 4:10-17 Moses Pleads He Is Slow of Speech 4:18-23 Moses Returns to Egypt 4:24-26 The LORD Meets Moses on the Way and Circumcision 4:27-31 Moses and Aaron Meet the People 5:1-9 Moses and Aaron Before Pharaoh 5:10-21 The Burden of Labor Made Heavier 5:22-23 Moses' Lament and Complaint 6:1-13 The Promise of the Covenant to Deliver 6:14-27 The Genealogy of Moses and Aaron 6:28-30 Sent Again to Pharaoh 7:1-7 Divine Authority Before Pharaoh 7:8-13 Aaron's Staff Becomes a Serpent 7:14-25 The Plague of the Nile Turned to Blood 8:1-15 The Plague of Frogs Covers the Land 8:16-19 The Plague of Gnats from the Dust 8:20-32 The Plague of Flies and the Distinction 9:1-7 The Plague on the Livestock 9:8-12 The Plague of Boils 9:13-35 The Plague of Hail and Fire 10:1-11 The Warning of the Plague of Locusts 10:12-20 The Locusts Cover the Land 10:21-29 The Plague of Darkness That Can Be Felt 11:1-10 The Final Plague Foretold 12:1-20 The Passover Instituted 12:21-28 The Blood of the Lamb on the Doorposts 12:29-42 The Death of Egypt's Firstborn and the Departure 12:43-51 Regulations for Those Who Keep the Passover 13:1-16 Consecrate the Firstborn 13:17-22 Guidance by the Pillar of Cloud and Fire 14:1-14 Encamped Before the Red Sea 14:15-31 Crossing the Divided Sea 15:1-21 The Song After Crossing the Sea 15:22-27 Bitter Water Made Sweet at Marah 16:1-21 Manna and Quail from Heaven 16:22-36 Provision for the Sabbath 17:1-7 Water from the Rock 17:8-16 Victory in Battle Against Amalek 18:1-12 Jethro Visits Moses 18:13-27 Advice to Delegate Judgment 19:1-15 The Covenant Proposed at Mount Sinai 19:16-25 The LORD Descends in Smoke and Fire 20:1-17 The Ten Commandments 20:18-21 The People Stand Far Off in Fear 20:22-26 The Law of the Altar of Earth 21:1-11 Laws Concerning Hebrew Servants 21:12-27 Laws Concerning Violence and Murder 21:28-36 Restitution for an Ox That Gores 22:1-15 Restitution for Theft and Property Damage 22:16-31 Laws Protecting the Vulnerable 23:1-9 Laws of Justice and Truthfulness 23:10-19 The Sabbath Year and the Three Festivals 23:20-33 The Promise to Send an Angel 24:1-11 The Covenant Confirmed with Blood 24:12-18 The Glory of Sinai Wrapped in Cloud 25:1-9 Offerings for the Sanctuary 25:10-22 Making the Ark of the Testimony 25:23-30 The Table for the Bread of the Presence 25:31-40 The Pattern of the Pure Gold Lampstand 26:1-14 The Curtains and Coverings of the Tabernacle 26:15-30 The Frames and Bases of the Tabernacle 26:31-37 The Veil Dividing the Holy Place and the Most Holy 27:1-8 The Bronze Altar of Burnt Offering 27:9-19 The Structure of the Tabernacle Court 27:20-21 The Olive Oil for the Lamp 28:1-14 The Holy Garments for the Priests 28:15-30 The Making of the Breastpiece of Judgment 28:31-43 The Robe of the Ephod and Its Accessories 29:1-37 The Ceremony for Ordaining the Priests 29:38-46 The Daily Continual Burnt Offering 30:1-10 Making the Altar of Incense 30:11-16 The Ransom of Life and the Census 30:17-21 The Bronze Basin for Washing 30:22-38 The Holy Anointing Oil and Incense 31:1-11 The Spirit Upon the Tabernacle Craftsmen 31:12-18 The Sabbath as an Everlasting Sign 32:1-6 The People Make the Golden Calf 32:7-14 Moses Intercedes for the People 32:15-29 Coming Down the Mountain in Wrath 32:30-35 Moses Seeks Atonement 33:1-6 The Word That He Will Not Go With Them 33:7-11 The Tent of Meeting Outside the Camp and Intimate Encounter 33:12-23 The Plea to See the LORD's Glory 34:1-9 Cut Two Tablets Again 34:10-28 The Covenant Renewed 34:29-35 The Veil Over the Shining Face 35:1-29 Sabbath Observance and Collecting Offerings 35:30-35 The Workers to Build the Tabernacle 36:1-7 Restraining the Overflowing Offerings 36:8-38 Making the Tabernacle Curtains and Frames 37:1-24 Making the Ark, the Table, and the Lampstand 37:25-29 Making the Altar of Incense, the Anointing Oil, and the Incense 38:1-8 Making the Altar of Burnt Offering and the Basin 38:9-20 Making the Court of the Tabernacle 38:21-31 The Accounting of Materials Used for the Tabernacle 39:1-31 Making the Priestly Garments 39:32-43 The Finished Work Brought to Moses 40:1-16 The Command to Set Up the Tabernacle 40:17-33 Setting Up the Tabernacle and Arranging Its Furnishings 40:34-38 The Glory of the LORD Fills the Tabernacle
28:1
대기

Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron.

28:2
대기

En gij zult voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, tot heerlijkheid en tot sieraad.

28:3
대기

Gij zult ook spreken tot allen, die wijs van hart zijn, die Ik met den geest der wijsheid vervuld heb, dat zij voor Aaron klederen maken, om hem te heiligen, dat hij Mij het priesterambt bediene.

28:4
대기

Dit nu zijn de klederen, die zij maken zullen: een borstlap, en een efod, en een mantel, en een rok vol oogjes, een hoed en een gordel; zij zullen dan voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen.

28:5
대기

Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen;

28:6
대기

En zullen den efod maken van goud, hemelsblauw, en purper, scharlaken en fijn getweernd linnen, van het allerkunstelijkste werk.

28:7
대기

Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

28:8
대기

En de kunstelijke riem zijns efods, die op hem is, zal zijn gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, hemelsblauw en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.

28:9
대기

En gij zult twee sardonixstenen nemen, en de namen der zonen van Israel daarop graveren.

28:10
대기

Zes van hun namen op een steen, en de zes overige namen op den anderen steen, naar hun geboorten;

28:11
대기

Naar steensnijderswerk, gelijk men de zegelen graveert, zult gij deze twee stenen graveren, met de namen der zonen van Israel; gij zult ze maken, dat zij omvat zijn in gouden kastjes.

28:12
대기

En gij zult de twee stenen aan de schouderbanden des efods zetten, zijnde stenen ter gedachtenis voor de kinderen Israels; en Aaron zal hun namen op zijn beide schouders dragen, ter gedachtenis, voor het aangezicht des HEEREN.

28:13
대기

Gij zult ook gouden kastjes maken,

28:14
대기

En twee ketentjes van louter goud; gelijk-eindigende zult gij die maken, gedraaid werk; en de gedraaide ketentjes zult gij aan de kastjes hechten.

28:15
대기

Gij zult ook een borstlap des gerichts maken, van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods zult gij hem maken; van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en van fijn getweernd linnen zult gij hem maken.

28:16
대기

Vierkant zal hij zijn, en verdubbeld; een span zal zijn lengte zijn, en een span zijn breedte.

28:17
대기

En gij zult vervullende stenen daarin vullen, vier rijen stenen, een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.

28:18
대기

En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier, en een Diamant.

28:19
대기

En de derde rij, een Hyacint, Agaat en Amethist.

28:20
대기

En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; zij zullen met goud ingevat zijn in hun vullingen.

28:21
대기

En deze stenen zullen zijn met de twaalf namen der zonen van Israel, met hun namen; zij zullen als zegelen gegraveerd worden, elk met zijn naam; voor de twaalf stammen zullen zij zijn.

28:22
대기

Gij zult ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes van gedraaid werk uit louter goud maken.

28:23
대기

Gij zult ook aan den borstlap twee gouden ringen maken; en gij zult de twee ringen aan de twee einden van den borstlap zetten.

28:24
대기

Dan zult gij de twee gedraaide gouden ketentjes in de twee ringen doen, aan de einden van den borstlap.

28:25
대기

Maar de twee einden der twee gedraaide ketentjes zult gij aan die twee kastjes doen; en gij zult ze zetten aan de schouderbanden van den efod, recht op de voorste zijde van dien.

28:26
대기

Gij zult nog twee gouden ringen maken, en zult ze aan de twee einden des borstlaps zetten; inwendig aan zijn rand, die aan de zijde van den efod zijn zal.

28:27
대기

Nog zult gij twee gouden ringen maken, die gij zetten zult aan de twee schouderbanden van den efod, beneden aan de voorste zijde, tegenover zijn voege, boven den kunstelijken riem des efods.

28:28
대기

En zij zullen den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod opwaarts binden, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijken riem van den efod zij; en de borstlap zal van den efod niet afgescheiden worden.

28:29
대기

Alzo zal Aaron de namen der zonen van Israel dragen aan den borstlap des gerichts, op zijn hart, als hij in het heilige zal gaan, ter gedachtenis voor het aangezicht des HEEREN geduriglijk.

28:30
대기

Gij zult ook in den borstlap des gerichts de Urim en de Thummim zetten, dat zij op het hart van Aaron zijn, als hij voor het aangezicht des HEEREN ingaan zal; alzo zal Aaron dat gericht der kinderen Israels geduriglijk op zijn hart dragen, voor het aangezicht des HEEREN.

28:31
대기

Gij zult ook den mantel des efods geheel van hemelsblauw maken.

28:32
대기

En het hoofdgat deszelven zal in het midden daarvan zijn; dit gat zal een boord rondom hebben van geweven werk; als het gat eens pantsiers zal het daaraan zijn, dat het niet gescheurd worde.

28:33
대기

En aan deszelfs zomen zult gij granaatappelen maken van hemelsblauw, en van purper, en van scharlaken, aan zijn zomen rondom, en gouden schelletjes rondom tussen dezelve.

28:34
대기

Dat er een gouden schelletje, daarna een granaatappel zij; wederom een gouden schelletje, en een granaatappel, aan de zomen des mantels rondom.

28:35
대기

En Aaron zal denzelven aanhebben, om te dienen; opdat zijn geluid gehoord worde, als hij in het heilige, voor het aangezicht des HEEREN, ingaat, en als hij uitgaat, opdat hij niet sterve.

28:36
대기

Verder zult gij een plaat maken van louter goud, en gij zult daarin graveren, gelijk men de zegelen graveert: De HEILIGHEID DES HEEREN!

28:37
대기

En gij zult dezelve aanhechten met een hemelsblauw snoer, alzo dat zij aan den hoed zij; aan de voorste zijde des hoeds zal zij zijn.

28:38
대기

En zij zal op het voorhoofd van Aaron zijn, opdat Aaron drage de ongerechtigheid der heilige dingen, welke de kinderen Israels zullen geheiligd hebben, in alle gaven hunner geheiligde dingen; en zij zal geduriglijk aan zijn voorhoofd zijn, om henlieden voor het aangezicht des HEEREN aangenaam te maken.

28:39
대기

Gij zult ook een rok vol oogjes maken, van fijn linnen; gij zult ook den hoed van fijn linnen maken; maar den gordel zult gij van geborduurd werk maken.

28:40
대기

Voor de zonen van Aaron zult gij ook rokken maken, en gij zult voor hen gordels maken; ook zult gij voor hen mutsen maken, tot heerlijkheid en sieraad.

28:41
대기

En gij zult die uw broeder Aaron en ook zijn zonen aantrekken; en gij zult hen zalven, en hun hand vullen, en hen heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen.

28:42
대기

Maak hun ook linnen onderbroeken, om het vlees der schaamte te bedekken; zij zullen zijn van de lenden tot de dijen.

28:43
대기

Aaron nu en zijn zonen zullen die aanhebben, als zij in de tent der samenkomst gaan, of als zij tot het altaar treden zullen, om in het heilige te dienen; opdat zij geen ongerechtigheid dragen en sterven. Dit zal een eeuwige inzetting zijn, voor hem, en zijn zaad na hem.