scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 출애굽기 30장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 출애굽기

1:1-7 Israel Multiplies in Egypt 1:8-14 A New Pharaoh Oppresses Israel 1:15-22 The Hebrew Midwives Fear God 2:1-10 The Child in the Basket of Reeds 2:11-22 Moses Flees to Midian 2:23-25 God Hears Israel's Groaning 3:1-10 In the Midst of the Burning Bush 3:11-22 The Name I AM WHO I AM 4:1-9 Three Signs Given to Moses 4:10-17 Moses Pleads He Is Slow of Speech 4:18-23 Moses Returns to Egypt 4:24-26 The LORD Meets Moses on the Way and Circumcision 4:27-31 Moses and Aaron Meet the People 5:1-9 Moses and Aaron Before Pharaoh 5:10-21 The Burden of Labor Made Heavier 5:22-23 Moses' Lament and Complaint 6:1-13 The Promise of the Covenant to Deliver 6:14-27 The Genealogy of Moses and Aaron 6:28-30 Sent Again to Pharaoh 7:1-7 Divine Authority Before Pharaoh 7:8-13 Aaron's Staff Becomes a Serpent 7:14-25 The Plague of the Nile Turned to Blood 8:1-15 The Plague of Frogs Covers the Land 8:16-19 The Plague of Gnats from the Dust 8:20-32 The Plague of Flies and the Distinction 9:1-7 The Plague on the Livestock 9:8-12 The Plague of Boils 9:13-35 The Plague of Hail and Fire 10:1-11 The Warning of the Plague of Locusts 10:12-20 The Locusts Cover the Land 10:21-29 The Plague of Darkness That Can Be Felt 11:1-10 The Final Plague Foretold 12:1-20 The Passover Instituted 12:21-28 The Blood of the Lamb on the Doorposts 12:29-42 The Death of Egypt's Firstborn and the Departure 12:43-51 Regulations for Those Who Keep the Passover 13:1-16 Consecrate the Firstborn 13:17-22 Guidance by the Pillar of Cloud and Fire 14:1-14 Encamped Before the Red Sea 14:15-31 Crossing the Divided Sea 15:1-21 The Song After Crossing the Sea 15:22-27 Bitter Water Made Sweet at Marah 16:1-21 Manna and Quail from Heaven 16:22-36 Provision for the Sabbath 17:1-7 Water from the Rock 17:8-16 Victory in Battle Against Amalek 18:1-12 Jethro Visits Moses 18:13-27 Advice to Delegate Judgment 19:1-15 The Covenant Proposed at Mount Sinai 19:16-25 The LORD Descends in Smoke and Fire 20:1-17 The Ten Commandments 20:18-21 The People Stand Far Off in Fear 20:22-26 The Law of the Altar of Earth 21:1-11 Laws Concerning Hebrew Servants 21:12-27 Laws Concerning Violence and Murder 21:28-36 Restitution for an Ox That Gores 22:1-15 Restitution for Theft and Property Damage 22:16-31 Laws Protecting the Vulnerable 23:1-9 Laws of Justice and Truthfulness 23:10-19 The Sabbath Year and the Three Festivals 23:20-33 The Promise to Send an Angel 24:1-11 The Covenant Confirmed with Blood 24:12-18 The Glory of Sinai Wrapped in Cloud 25:1-9 Offerings for the Sanctuary 25:10-22 Making the Ark of the Testimony 25:23-30 The Table for the Bread of the Presence 25:31-40 The Pattern of the Pure Gold Lampstand 26:1-14 The Curtains and Coverings of the Tabernacle 26:15-30 The Frames and Bases of the Tabernacle 26:31-37 The Veil Dividing the Holy Place and the Most Holy 27:1-8 The Bronze Altar of Burnt Offering 27:9-19 The Structure of the Tabernacle Court 27:20-21 The Olive Oil for the Lamp 28:1-14 The Holy Garments for the Priests 28:15-30 The Making of the Breastpiece of Judgment 28:31-43 The Robe of the Ephod and Its Accessories 29:1-37 The Ceremony for Ordaining the Priests 29:38-46 The Daily Continual Burnt Offering 30:1-10 Making the Altar of Incense 30:11-16 The Ransom of Life and the Census 30:17-21 The Bronze Basin for Washing 30:22-38 The Holy Anointing Oil and Incense 31:1-11 The Spirit Upon the Tabernacle Craftsmen 31:12-18 The Sabbath as an Everlasting Sign 32:1-6 The People Make the Golden Calf 32:7-14 Moses Intercedes for the People 32:15-29 Coming Down the Mountain in Wrath 32:30-35 Moses Seeks Atonement 33:1-6 The Word That He Will Not Go With Them 33:7-11 The Tent of Meeting Outside the Camp and Intimate Encounter 33:12-23 The Plea to See the LORD's Glory 34:1-9 Cut Two Tablets Again 34:10-28 The Covenant Renewed 34:29-35 The Veil Over the Shining Face 35:1-29 Sabbath Observance and Collecting Offerings 35:30-35 The Workers to Build the Tabernacle 36:1-7 Restraining the Overflowing Offerings 36:8-38 Making the Tabernacle Curtains and Frames 37:1-24 Making the Ark, the Table, and the Lampstand 37:25-29 Making the Altar of Incense, the Anointing Oil, and the Incense 38:1-8 Making the Altar of Burnt Offering and the Basin 38:9-20 Making the Court of the Tabernacle 38:21-31 The Accounting of Materials Used for the Tabernacle 39:1-31 Making the Priestly Garments 39:32-43 The Finished Work Brought to Moses 40:1-16 The Command to Set Up the Tabernacle 40:17-33 Setting Up the Tabernacle and Arranging Its Furnishings 40:34-38 The Glory of the LORD Fills the Tabernacle
30:1
대기

Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.

30:2
대기

Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.

30:3
대기

En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.

30:4
대기

Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.

30:5
대기

De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.

30:6
대기

En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.

30:7
대기

En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.

30:8
대기

En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.

30:9
대기

Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.

30:10
대기

En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!

30:11
대기

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

30:12
대기

Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.

30:13
대기

Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar den sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.

30:14
대기

Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.

30:15
대기

De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.

30:16
대기

Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.

30:17
대기

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

30:18
대기

Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;

30:19
대기

Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.

30:20
대기

Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;

30:21
대기

Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.

30:22
대기

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

30:23
대기

Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;

30:24
대기

Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkel des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;

30:25
대기

En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.

30:26
대기

En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.

30:27
대기

En de tafel met al haar gereedschap, en den kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;

30:28
대기

En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.

30:29
대기

Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.

30:30
대기

Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.

30:31
대기

En gij zult tot de kinderen Israels spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.

30:32
대기

Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.

30:33
대기

De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.

30:34
대기

Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.

30:35
대기

En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.

30:36
대기

En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.

30:37
대기

Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.

30:38
대기

De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.