scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 출애굽기 29장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 출애굽기

1:1-7 Israel Multiplies in Egypt 1:8-14 A New Pharaoh Oppresses Israel 1:15-22 The Hebrew Midwives Fear God 2:1-10 The Child in the Basket of Reeds 2:11-22 Moses Flees to Midian 2:23-25 God Hears Israel's Groaning 3:1-10 In the Midst of the Burning Bush 3:11-22 The Name I AM WHO I AM 4:1-9 Three Signs Given to Moses 4:10-17 Moses Pleads He Is Slow of Speech 4:18-23 Moses Returns to Egypt 4:24-26 The LORD Meets Moses on the Way and Circumcision 4:27-31 Moses and Aaron Meet the People 5:1-9 Moses and Aaron Before Pharaoh 5:10-21 The Burden of Labor Made Heavier 5:22-23 Moses' Lament and Complaint 6:1-13 The Promise of the Covenant to Deliver 6:14-27 The Genealogy of Moses and Aaron 6:28-30 Sent Again to Pharaoh 7:1-7 Divine Authority Before Pharaoh 7:8-13 Aaron's Staff Becomes a Serpent 7:14-25 The Plague of the Nile Turned to Blood 8:1-15 The Plague of Frogs Covers the Land 8:16-19 The Plague of Gnats from the Dust 8:20-32 The Plague of Flies and the Distinction 9:1-7 The Plague on the Livestock 9:8-12 The Plague of Boils 9:13-35 The Plague of Hail and Fire 10:1-11 The Warning of the Plague of Locusts 10:12-20 The Locusts Cover the Land 10:21-29 The Plague of Darkness That Can Be Felt 11:1-10 The Final Plague Foretold 12:1-20 The Passover Instituted 12:21-28 The Blood of the Lamb on the Doorposts 12:29-42 The Death of Egypt's Firstborn and the Departure 12:43-51 Regulations for Those Who Keep the Passover 13:1-16 Consecrate the Firstborn 13:17-22 Guidance by the Pillar of Cloud and Fire 14:1-14 Encamped Before the Red Sea 14:15-31 Crossing the Divided Sea 15:1-21 The Song After Crossing the Sea 15:22-27 Bitter Water Made Sweet at Marah 16:1-21 Manna and Quail from Heaven 16:22-36 Provision for the Sabbath 17:1-7 Water from the Rock 17:8-16 Victory in Battle Against Amalek 18:1-12 Jethro Visits Moses 18:13-27 Advice to Delegate Judgment 19:1-15 The Covenant Proposed at Mount Sinai 19:16-25 The LORD Descends in Smoke and Fire 20:1-17 The Ten Commandments 20:18-21 The People Stand Far Off in Fear 20:22-26 The Law of the Altar of Earth 21:1-11 Laws Concerning Hebrew Servants 21:12-27 Laws Concerning Violence and Murder 21:28-36 Restitution for an Ox That Gores 22:1-15 Restitution for Theft and Property Damage 22:16-31 Laws Protecting the Vulnerable 23:1-9 Laws of Justice and Truthfulness 23:10-19 The Sabbath Year and the Three Festivals 23:20-33 The Promise to Send an Angel 24:1-11 The Covenant Confirmed with Blood 24:12-18 The Glory of Sinai Wrapped in Cloud 25:1-9 Offerings for the Sanctuary 25:10-22 Making the Ark of the Testimony 25:23-30 The Table for the Bread of the Presence 25:31-40 The Pattern of the Pure Gold Lampstand 26:1-14 The Curtains and Coverings of the Tabernacle 26:15-30 The Frames and Bases of the Tabernacle 26:31-37 The Veil Dividing the Holy Place and the Most Holy 27:1-8 The Bronze Altar of Burnt Offering 27:9-19 The Structure of the Tabernacle Court 27:20-21 The Olive Oil for the Lamp 28:1-14 The Holy Garments for the Priests 28:15-30 The Making of the Breastpiece of Judgment 28:31-43 The Robe of the Ephod and Its Accessories 29:1-37 The Ceremony for Ordaining the Priests 29:38-46 The Daily Continual Burnt Offering 30:1-10 Making the Altar of Incense 30:11-16 The Ransom of Life and the Census 30:17-21 The Bronze Basin for Washing 30:22-38 The Holy Anointing Oil and Incense 31:1-11 The Spirit Upon the Tabernacle Craftsmen 31:12-18 The Sabbath as an Everlasting Sign 32:1-6 The People Make the Golden Calf 32:7-14 Moses Intercedes for the People 32:15-29 Coming Down the Mountain in Wrath 32:30-35 Moses Seeks Atonement 33:1-6 The Word That He Will Not Go With Them 33:7-11 The Tent of Meeting Outside the Camp and Intimate Encounter 33:12-23 The Plea to See the LORD's Glory 34:1-9 Cut Two Tablets Again 34:10-28 The Covenant Renewed 34:29-35 The Veil Over the Shining Face 35:1-29 Sabbath Observance and Collecting Offerings 35:30-35 The Workers to Build the Tabernacle 36:1-7 Restraining the Overflowing Offerings 36:8-38 Making the Tabernacle Curtains and Frames 37:1-24 Making the Ark, the Table, and the Lampstand 37:25-29 Making the Altar of Incense, the Anointing Oil, and the Incense 38:1-8 Making the Altar of Burnt Offering and the Basin 38:9-20 Making the Court of the Tabernacle 38:21-31 The Accounting of Materials Used for the Tabernacle 39:1-31 Making the Priestly Garments 39:32-43 The Finished Work Brought to Moses 40:1-16 The Command to Set Up the Tabernacle 40:17-33 Setting Up the Tabernacle and Arranging Its Furnishings 40:34-38 The Glory of the LORD Fills the Tabernacle
29:1
대기

Dit nu is de zaak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen: neem een var, het jong eens runds, en twee volkomen rammen;

29:2
대기

En ongezuurd brood, en ongezuurde koeken, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken; van tarwemeelbloem zult gij dezelve maken.

29:3
대기

En gij zult ze in een korf leggen, en zult ze in den korf toebrengen, met den var en de twee rammen.

29:4
대기

Alsdan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.

29:5
대기

Daarna zult gij de klederen nemen, en Aaron den rok, en den mantel des efods, en den efod, en den borstlap aandoen; en gij zult hem omgorden met den kunstelijken riem des efods.

29:6
대기

En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.

29:7
대기

En gij zult de zalfolie nemen, en op zijn hoofd gieten; alzo zult gij hem zalven.

29:8
대기

Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.

29:9
대기

En gij zult hen met den gordel omgorden, namelijk Aaron en zijn zonen; en gij zult hun de mutsen opbinden, opdat zij het priesterambt hebben tot een eeuwige inzetting. Voorts zult gij de hand van Aaron vullen, en de hand zijner zonen.

29:10
대기

En gij zult den var nabij brengen voor de tent der samenkomst; en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd van den var leggen.

29:11
대기

En gij zult den var slachten voor het aangezicht des HEEREN, voor de deur van de tent der samenkomst.

29:12
대기

Daarna zult gij van het bloed des vars nemen, en met uw vinger op de hoornen des altaars doen; en al het bloed zult gij uitgieten aan den bodem des altaars.

29:13
대기

Gij zult ook al het vet nemen, hetwelk het ingewand bedekt, en het net over de lever, en beide nieren en het vet, dat aan dezelve is, en gij zult ze aansteken op het altaar.

29:14
대기

Maar het vlees des vars, en zijn vel, en zijn drek, zult gij met vuur verbranden, buiten het leger; het is een zondoffer.

29:15
대기

Daarna zult gij den enen ram nemen, en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd des rams leggen;

29:16
대기

En gij zult den ram slachten, en gij zult zijn bloed nemen, en rondom op het altaar sprengen.

29:17
대기

En den ram zult gij in zijn delen delen; en gij zult zijn ingewand en zijn schenkelen wassen, en op zijn delen, en op zijn hoofd leggen.

29:18
대기

Alzo zult gij den gehelen ram aansteken op het altaar; het is een brandoffer den HEERE, tot een liefelijken reuk, het is een vuuroffer den HEERE.

29:19
대기

Daarna zult gij den anderen ram nemen, en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op des rams hoofd leggen;

29:20
대기

En gij zult den ram slachten, en van zijn bloed nemen, en doen het op het rechter oorlapje van Aaron, en op het rechteroorlapje van zijn zonen, desgelijks op den duim hunner rechterhand, en op den groten teen huns rechtervoets; en dat bloed zult gij op het altaar sprengen, rondom heen.

29:21
대기

Dan zult gij nemen van het bloed, dat op het altaar is, en van de zalfolie, en gij zult op Aaron en op zijn klederen sprengen, en op zijn zonen en op de klederen zijner zonen met hem; opdat hij geheiligd zij, en zijn klederen, ook zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.

29:22
대기

Daarna zult gij van den ram nemen het vet mitsgaders den staart, ook het vet, dat het ingewand bedekt, en het net der lever en de beide nieren, met het vet, dat aan dezelve is, en den rechterschouder; want het is een ram der vulofferen;

29:23
대기

En een broodbol, en een koek geolied brood, en een vlade, uit den korf der ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN zijn zal;

29:24
대기

En leg ze alle op de handen van Aaron, en op de handen zijner zonen, en beweeg ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN.

29:25
대기

Neem ze daarna van hun hand, en steek ze aan op het altaar, op het brandoffer, tot een liefelijken reuk voor het aangezicht des HEEREN; het is een vuuroffer den HEERE.

29:26
대기

En neem de borst van den ram der vulofferen, die van Aaron is, en beweeg hem ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; en het zal u ten dele zijn.

29:27
대기

En gij zult de borst des beweegoffers heiligen, en den schouder des hefoffers, die bewogen, en die opgeheven zal zijn van den ram des vuloffers, van hetgeen dat Aarons, en van hetgeen dat zijner zonen is.

29:28
대기

En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn tot een eeuwige inzetting vanwege de kinderen Israels; want het is een hefoffer; en het hefoffer vanwege de kinderen Israels zal zijn van hun dankofferen; hun hefoffer zal voor den HEERE zijn.

29:29
대기

De heilige klederen nu, die van Aaron zullen geweest zijn, zullen van zijn zonen na hem zijn, opdat men hen in dezelve zalve, en dat men hun hand in dezelve vulle.

29:30
대기

Zeven dagen zal hij ze aantrekken, die uit zijn zonen in zijn plaats priester zal worden, die in de tent der samenkomst gaan zal, om in het heilige te dienen.

29:31
대기

Gij zult den ram der vulling nemen, en gij zult zijn vlees in de heilige plaats zieden.

29:32
대기

Aaron nu en zijn zonen zullen het vlees van dezen ram eten, en het brood, dat in den korf zal zijn, bij de deur van de tent der samenkomst.

29:33
대기

En zij zullen die dingen eten, met welke de verzoening zal gedaan zijn, om hun hand te vullen, en om hen te heiligen; maar een vreemde zal ze niet eten, want ze zijn heilig.

29:34
대기

En indien er wat overblijven zal van het vlees der vulofferen, of van dit brood, tot aan den morgen, zo zult gij het overgeblevene met vuur verbranden; het zal niet gegeten worden, want het is heilig.

29:35
대기

Gij zult dan aan Aaron en aan zijn zonen alzo doen, naar alles, wat Ik u geboden heb; zeven dagen zult gij hun hand vullen.

29:36
대기

Gij zult ook des daags een var des zondoffers bereiden, tot de verzoeningen, en gij zult het altaar ontzondigen, mits doende de verzoening over hetzelve; en gij zult het zalven, om het te heiligen.

29:37
대기

Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.

29:38
대기

Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk.

29:39
대기

Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden.

29:40
대기

Met een tiende deel meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin gestoten olie; en tot drankoffer een vierde deel van een hin wijn, tot het ene lam.

29:41
대기

Het andere lam nu zult gij bereiden tussen de twee avonden; gij zult daarmede doen gelijk met het morgenspijsoffer, en gelijk met het drankoffer deszelven, tot een liefelijken reuk; het is een vuuroffer den HEERE.

29:42
대기

Het zal een gedurig brandoffer zijn bij uw geslachten, aan de deur van de tent der samenkomst, voor het aangezicht des HEEREN; aldaar zal Ik met ulieden komen, dat Ik aldaar met u spreke.

29:43
대기

En daar zal Ik komen tot de kinderen Israels; opdat zij geheiligd worden door Mijn heerlijkheid.

29:44
대기

En Ik zal de tent der samenkomst heiligen, mitsgaders het altaar; Ik zal ook Aaron en zijn zonen heiligen, opdat zij Mij het priesterambt bedienen.

29:45
대기

En Ik zal in het midden der kinderen Israels wonen, en Ik zal hun tot een God zijn.

29:46
대기

En zij zullen weten, dat Ik de HEERE hun God ben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd heb, opdat Ik in het midden van hen wonen zou; Ik ben de HEERE, hun God.