scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 출애굽기 39장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 출애굽기

1:1-7 Israel Multiplies in Egypt 1:8-14 A New Pharaoh Oppresses Israel 1:15-22 The Hebrew Midwives Fear God 2:1-10 The Child in the Basket of Reeds 2:11-22 Moses Flees to Midian 2:23-25 God Hears Israel's Groaning 3:1-10 In the Midst of the Burning Bush 3:11-22 The Name I AM WHO I AM 4:1-9 Three Signs Given to Moses 4:10-17 Moses Pleads He Is Slow of Speech 4:18-23 Moses Returns to Egypt 4:24-26 The LORD Meets Moses on the Way and Circumcision 4:27-31 Moses and Aaron Meet the People 5:1-9 Moses and Aaron Before Pharaoh 5:10-21 The Burden of Labor Made Heavier 5:22-23 Moses' Lament and Complaint 6:1-13 The Promise of the Covenant to Deliver 6:14-27 The Genealogy of Moses and Aaron 6:28-30 Sent Again to Pharaoh 7:1-7 Divine Authority Before Pharaoh 7:8-13 Aaron's Staff Becomes a Serpent 7:14-25 The Plague of the Nile Turned to Blood 8:1-15 The Plague of Frogs Covers the Land 8:16-19 The Plague of Gnats from the Dust 8:20-32 The Plague of Flies and the Distinction 9:1-7 The Plague on the Livestock 9:8-12 The Plague of Boils 9:13-35 The Plague of Hail and Fire 10:1-11 The Warning of the Plague of Locusts 10:12-20 The Locusts Cover the Land 10:21-29 The Plague of Darkness That Can Be Felt 11:1-10 The Final Plague Foretold 12:1-20 The Passover Instituted 12:21-28 The Blood of the Lamb on the Doorposts 12:29-42 The Death of Egypt's Firstborn and the Departure 12:43-51 Regulations for Those Who Keep the Passover 13:1-16 Consecrate the Firstborn 13:17-22 Guidance by the Pillar of Cloud and Fire 14:1-14 Encamped Before the Red Sea 14:15-31 Crossing the Divided Sea 15:1-21 The Song After Crossing the Sea 15:22-27 Bitter Water Made Sweet at Marah 16:1-21 Manna and Quail from Heaven 16:22-36 Provision for the Sabbath 17:1-7 Water from the Rock 17:8-16 Victory in Battle Against Amalek 18:1-12 Jethro Visits Moses 18:13-27 Advice to Delegate Judgment 19:1-15 The Covenant Proposed at Mount Sinai 19:16-25 The LORD Descends in Smoke and Fire 20:1-17 The Ten Commandments 20:18-21 The People Stand Far Off in Fear 20:22-26 The Law of the Altar of Earth 21:1-11 Laws Concerning Hebrew Servants 21:12-27 Laws Concerning Violence and Murder 21:28-36 Restitution for an Ox That Gores 22:1-15 Restitution for Theft and Property Damage 22:16-31 Laws Protecting the Vulnerable 23:1-9 Laws of Justice and Truthfulness 23:10-19 The Sabbath Year and the Three Festivals 23:20-33 The Promise to Send an Angel 24:1-11 The Covenant Confirmed with Blood 24:12-18 The Glory of Sinai Wrapped in Cloud 25:1-9 Offerings for the Sanctuary 25:10-22 Making the Ark of the Testimony 25:23-30 The Table for the Bread of the Presence 25:31-40 The Pattern of the Pure Gold Lampstand 26:1-14 The Curtains and Coverings of the Tabernacle 26:15-30 The Frames and Bases of the Tabernacle 26:31-37 The Veil Dividing the Holy Place and the Most Holy 27:1-8 The Bronze Altar of Burnt Offering 27:9-19 The Structure of the Tabernacle Court 27:20-21 The Olive Oil for the Lamp 28:1-14 The Holy Garments for the Priests 28:15-30 The Making of the Breastpiece of Judgment 28:31-43 The Robe of the Ephod and Its Accessories 29:1-37 The Ceremony for Ordaining the Priests 29:38-46 The Daily Continual Burnt Offering 30:1-10 Making the Altar of Incense 30:11-16 The Ransom of Life and the Census 30:17-21 The Bronze Basin for Washing 30:22-38 The Holy Anointing Oil and Incense 31:1-11 The Spirit Upon the Tabernacle Craftsmen 31:12-18 The Sabbath as an Everlasting Sign 32:1-6 The People Make the Golden Calf 32:7-14 Moses Intercedes for the People 32:15-29 Coming Down the Mountain in Wrath 32:30-35 Moses Seeks Atonement 33:1-6 The Word That He Will Not Go With Them 33:7-11 The Tent of Meeting Outside the Camp and Intimate Encounter 33:12-23 The Plea to See the LORD's Glory 34:1-9 Cut Two Tablets Again 34:10-28 The Covenant Renewed 34:29-35 The Veil Over the Shining Face 35:1-29 Sabbath Observance and Collecting Offerings 35:30-35 The Workers to Build the Tabernacle 36:1-7 Restraining the Overflowing Offerings 36:8-38 Making the Tabernacle Curtains and Frames 37:1-24 Making the Ark, the Table, and the Lampstand 37:25-29 Making the Altar of Incense, the Anointing Oil, and the Incense 38:1-8 Making the Altar of Burnt Offering and the Basin 38:9-20 Making the Court of the Tabernacle 38:21-31 The Accounting of Materials Used for the Tabernacle 39:1-31 Making the Priestly Garments 39:32-43 The Finished Work Brought to Moses 40:1-16 The Command to Set Up the Tabernacle 40:17-33 Setting Up the Tabernacle and Arranging Its Furnishings 40:34-38 The Glory of the LORD Fills the Tabernacle
39:1
대기

Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken; ook maakten zij de heilige klederen, die voor Aaron waren, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.

39:2
대기

Aldus maakte hij den efod, van goud, hemelsblauw en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.

39:3
대기

En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstelijkste werk.

39:4
대기

Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan; aan deszelfs beide einden werd hij samengevoegd.

39:5
대기

En de kunstelijke riem zijns efods, die daarop was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, gelijk als de HEERE aan Mozes bevolen had.

39:6
대기

Zij bereidden ook de sardonixstenen, omvat in gouden kastjes, als zegelgravering gegraveerd, met de namen der zonen van Israel.

39:7
대기

En hij zette ze op de schouderbanden des efods, tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israels, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.

39:8
대기

Hij maakte ook den borstlap van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.

39:9
대기

Hij was vierkant; zij maakten den borstlap dubbel; een span was zijn lengte, en een span was zijn breedte, dubbel zijnde.

39:10
대기

En zij vulden daarin vier rijen stenen: een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.

39:11
대기

En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier en een Diamant.

39:12
대기

En de derde rij van een Hyacint, Agaat, en Amethist.

39:13
대기

En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; omvat in gouden kastjes in hun vullingen.

39:14
대기

Deze stenen nu, met de namen der zonen van Israel, waren twaalf, met hun namen, met zegelgravering; ieder met zijn naam, naar de twaalf stammen.

39:15
대기

Zij maakten ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.

39:16
대기

En zij maakten twee gouden kastjes, en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden des borstlaps.

39:17
대기

En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van den borstlap.

39:18
대기

Doch de twee andere einden der twee gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes, en zij zetten ze aan de schouderbanden des efods, recht op de voorste zijde van dien.

39:19
대기

Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden des borstlaps zetten, inwendig aan zijn boord, die aan de zijde des efods is.

39:20
대기

Nog maakten zij twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van den efod, beneden, aan deszelfs voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven den kunstelijken riem des efods.

39:21
대기

En zij bonden den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijken riem van den efod was; opdat de borstlap van den efod niet afgescheiden wierd, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

39:22
대기

En hij maakte den mantel des efods van geweven werk, geheel van hemelsblauw.

39:23
대기

En het gat des mantels was in deszelfs midden, als het gat eens pantsiers; dit gat had een boord rondom, dat het niet gescheurd wierd.

39:24
대기

En aan de zomen des mantels maakten zij granaatappelen van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getweernd.

39:25
대기

Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappelen, aan de zomen des mantels rondom, tussen de granaatappelen;

39:26
대기

Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; wederom een schelletje, en een granaatappel; aan de zomen des mantels rondom; om te dienen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

39:27
대기

Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aaron en voor zijn zonen;

39:28
대기

En den hoed van fijn linnen, en de sierlijke mutsen van fijn linnen, en de linnen onderbroeken van fijn getweernd linnen;

39:29
대기

En den gordel van fijn getweernd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van geborduurd werk, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

39:30
대기

Zij maakten ook de plaat van de kroon der heiligheid van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: De HEILIGHEID DES HEEREN.

39:31
대기

En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan den hoed van boven te hechten, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

39:32
대기

Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israels hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt.

39:33
대기

Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;

39:34
대기

En het deksel van roodgeverfde ramsvellen, en het deksel van dassenvellen, en den voorhang van het deksel;

39:35
대기

De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;

39:36
대기

De tafel, met al haar gereedschap, en de toonbroden;

39:37
대기

Den louteren kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, en al deszelfs gereedschap, en de olie tot het licht;

39:38
대기

Verder het gouden altaar, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen, en het deksel van de deur der tent.

39:39
대기

Het koperen altaar, en den koperen rooster, dien het heeft, deszelfs handbomen, en al zijn gereedschap; het wasvat en zijn voet;

39:40
대기

De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van den dienst des tabernakels, tot de tent der samenkomst;

39:41
대기

De ambtsklederen, om in het heiligdom te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.

39:42
대기

Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israels het ganse werk gemaakt.

39:43
대기

Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.