scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Matthew 13장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Matthew

1:1-17 The Genealogy of Jesus Christ 1:18-25 The Birth of Jesus 2:1-12 The Visit of the Magi 2:13-15 The Escape to Egypt 2:16-18 The Massacre of the Infants in Bethlehem 2:19-23 The Return from Egypt to Nazareth 3:1-12 The Witness of John the Baptist 3:13-17 The Baptism of Jesus 4:1-11 The Temptation in the Wilderness 4:12-17 Jesus Begins to Preach in Galilee 4:18-22 Jesus Calls Four Fishermen 4:23-25 Jesus Teaches and Heals 5:1-12 The Beatitudes 5:13-16 Salt and Light 5:17-20 The Fulfillment of the Law 5:21-26 Anger and Reconciliation 5:27-30 You Shall Not Commit Adultery 5:31-32 Teaching on Divorce 5:33-37 You Shall Not Swear Oaths 5:38-42 Do Not Repay Evil 5:43-48 Love Your Enemies 6:1-4 Give to the Needy in Secret 6:5-15 Teaching on Prayer 6:16-18 Teaching on Fasting 6:19-24 Store Up Treasures in Heaven 6:25-34 Do Not Be Anxious 7:1-6 Do Not Judge Others 7:7-12 Ask, Seek, Knock 7:13-14 Enter Through the Narrow Gate 7:15-23 A Tree and Its Fruit 7:24-29 The House Built on the Rock 8:1-4 Jesus Cleanses a Leper 8:5-13 The Faith of the Centurion 8:14-15 Jesus Heals Peter's Mother-in-Law 8:16-17 Jesus Heals Many 8:18-22 The Cost of Following Jesus 8:23-27 Jesus Calms the Storm 8:28-34 The Gadarene Demoniacs 9:1-8 Jesus Heals a Paralytic 9:9-13 Jesus Calls Matthew the Tax Collector 9:14-17 A Question About Fasting 9:18-26 Jairus's Daughter and the Bleeding Woman 9:27-31 Jesus Heals Two Blind Men 9:32-34 Jesus Heals a Man Unable to Speak 9:35-38 The Workers Are Few 10:1-15 Jesus Sends Out the Twelve Apostles 10:16-25 Coming Persecutions Foretold 10:26-33 Fear Him Who Is to Be Feared 10:34-39 Not Peace, but a Sword 10:40-42 Rewards for Receiving a Disciple 11:2-19 The Question from John the Baptist 11:20-24 Woe to the Unrepentant Cities 11:25-30 Come to Me, All Who Labor 12:1-8 Jesus Passes Through the Grainfields on the Sabbath 12:9-14 Jesus Heals a Man with a Withered Hand on the Sabbath 12:15-21 God's Chosen Servant 12:22-32 Jesus and Beelzebul 12:33-37 A Tree and Its Fruit 12:38-42 The Sign of Jonah 12:43-45 The Return of an Unclean Spirit 12:46-50 Who Are Jesus' True Family 13:1-9 The Parable of the Sower 13:10-17 The Purpose of the Parables 13:18-23 The Parable of the Sower Explained 13:24-30 The Parable of the Weeds 13:31-32 The Parable of the Mustard Seed 13:33-35 The Parable of the Leaven 13:36-43 The Parable of the Weeds Explained 13:44-46 The Parables of the Hidden Treasure and the Pearl 13:47-52 The Parable of the Net 13:53-58 Jesus Rejected at Nazareth 14:1-12 The Death of John the Baptist 14:13-21 Jesus Feeds the Five Thousand 14:22-33 Jesus Walks on the Water 14:34-36 Jesus Heals the Sick in Gennesaret 15:1-20 What Defiles a Person 15:21-28 The Faith of the Canaanite Woman 15:29-31 Jesus Heals Many 15:32-39 Jesus Feeds the Four Thousand 16:1-4 The Pharisees Demand a Sign 16:5-12 Beware of the Leaven of the Pharisees 16:13-20 Peter's Confession of Faith 16:21-28 Jesus Foretells His Death and Resurrection 17:1-9 The Transfiguration 17:10-13 The Question About Elijah 17:14-21 Jesus Heals a Boy with a Demon 17:22-23 Jesus Again Foretells His Death and Resurrection 17:24-27 Jesus Pays the Temple Tax 18:1-5 The Greatest in the Kingdom of Heaven 18:6-9 Warning Against Causing Others to Stumble 18:10-14 The Parable of the Lost Sheep 18:15-20 If Your Brother Sins Against You 18:21-35 The Parable of the Unforgiving Servant 19:1-12 Teaching on Divorce 19:13-15 Jesus Blesses the Little Children 19:16-30 The Rich Young Man 20:1-16 The Parable of the Workers in the Vineyard 20:17-19 Jesus Foretells His Death and Resurrection a Third Time 20:20-28 The Request of James and John's Mother 20:29-34 Jesus Heals the Blind Men at Jericho 21:1-11 The Triumphal Entry into Jerusalem 21:12-17 Jesus Cleanses the Temple 21:18-22 Jesus Curses the Barren Fig Tree 21:23-27 By What Authority Do You Do These Things 21:28-32 The Parable of the Two Sons 21:33-46 The Parable of the Tenants 22:1-14 The Parable of the Wedding Feast 22:15-22 Paying Taxes to Caesar 22:23-33 The Question About the Resurrection 22:34-40 The Greatest Commandment 22:41-46 Whose Son Is the Christ 23:1-12 Jesus Denounces the Scribes and Pharisees 23:13-36 Woe to the Hypocrites 23:37-39 Lament over Jerusalem 24:1-44 The Olivet Discourse (Signs of the End) 24:45-51 The Faithful and Wicked Servants 25:1-13 The Parable of the Ten Virgins 25:14-30 The Parable of the Talents 25:31-46 The Judgment of the Sheep and the Goats 26:1-5 The Plot to Kill Jesus 26:6-13 Mary Anoints Jesus with Perfume 26:14-16 Judas Agrees to Betray Jesus 26:17-19 Preparing the Passover Meal 26:20-25 Jesus Foretells His Betrayal 26:26-30 The Institution of the Lord's Supper 26:31-35 Jesus Foretells Peter's Denial 26:36-46 Jesus Prays in Gethsemane 26:47-56 The Betrayal and Arrest of Jesus 26:57-68 Jesus Before the Sanhedrin 26:69-75 Peter Denies Jesus 27:1-2 Jesus Delivered to Pilate 27:3-10 Judas Hangs Himself 27:11-26 Jesus Before Pilate 27:27-31 The Soldiers Mock Jesus 27:32-44 The Crucifixion 27:45-56 The Death of Jesus 27:57-61 The Burial of Jesus 27:62-66 The Guard at the Tomb 28:1-10 The Resurrection 28:11-15 The Report of the Guards 28:16-20 The Great Commission
13:1
待機

En te dien dage Jezus, uit het huis gegaan zijnde, zat bij de zee.

13:2
待機

En tot Hem vergaderden vele scharen, zodat Hij in een schip ging en nederzat, en al de schare stond op den oever.

13:3
待機

En Hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen, zeggende: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.

13:4
待機

En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op.

13:5
待機

En een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.

13:6
待機

Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord.

13:7
待機

En een ander deel viel in de doornen; en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve.

13:8
待機

En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud.

13:9
待機

Wie oren heeft om te horen, die hore.

13:10
待機

En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?

13:11
待機

En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.

13:12
待機

Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.

13:13
待機

Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan.

13:14
待機

En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken.

13:15
待機

Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.

13:16
待機

Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.

13:17
待機

Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord.

13:18
待機

Gij dan, hoort de gelijkenis van den zaaier.

13:19
待機

Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.

13:20
待機

Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt;

13:21
待機

Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geergerd.

13:22
待機

En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.

13:23
待機

Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig voud.

13:24
待機

Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker.

13:25
待機

En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.

13:26
待機

Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid.

13:27
待機

En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?

13:28
待機

En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen?

13:29
待機

Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt.

13:30
待機

Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.

13:31
待機

Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid;

13:32
待機

Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.

13:33
待機

Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.

13:34
待機

Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.

13:35
待機

Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

13:36
待機

Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.

13:37
待機

En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;

13:38
待機

En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen;

13:39
待機

En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen.

13:40
待機

Gelijkerwijs dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, alzo zal het ook zijn in de voleinding dezer wereld.

13:41
待機

De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen;

13:42
待機

En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

13:43
待機

Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders. Die oren heeft om te horen, die hore.

13:44
待機

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen, en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

13:45
待機

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt;

13:46
待機

Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

13:47
待機

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt;

13:48
待機

Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende, lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.

13:49
待機

Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden;

13:50
待機

En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.

13:51
待機

En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!

13:52
待機

En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.

13:53
待機

En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geeindigd had, vertrok Hij van daar.

13:54
待機

En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten?

13:55
待機

Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?

13:56
待機

En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?

13:57
待機

En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.

13:58
待機

En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.