scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Matthew 22장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Matthew

1:1-17 The Genealogy of Jesus Christ 1:18-25 The Birth of Jesus 2:1-12 The Visit of the Magi 2:13-15 The Escape to Egypt 2:16-18 The Massacre of the Infants in Bethlehem 2:19-23 The Return from Egypt to Nazareth 3:1-12 The Witness of John the Baptist 3:13-17 The Baptism of Jesus 4:1-11 The Temptation in the Wilderness 4:12-17 Jesus Begins to Preach in Galilee 4:18-22 Jesus Calls Four Fishermen 4:23-25 Jesus Teaches and Heals 5:1-12 The Beatitudes 5:13-16 Salt and Light 5:17-20 The Fulfillment of the Law 5:21-26 Anger and Reconciliation 5:27-30 You Shall Not Commit Adultery 5:31-32 Teaching on Divorce 5:33-37 You Shall Not Swear Oaths 5:38-42 Do Not Repay Evil 5:43-48 Love Your Enemies 6:1-4 Give to the Needy in Secret 6:5-15 Teaching on Prayer 6:16-18 Teaching on Fasting 6:19-24 Store Up Treasures in Heaven 6:25-34 Do Not Be Anxious 7:1-6 Do Not Judge Others 7:7-12 Ask, Seek, Knock 7:13-14 Enter Through the Narrow Gate 7:15-23 A Tree and Its Fruit 7:24-29 The House Built on the Rock 8:1-4 Jesus Cleanses a Leper 8:5-13 The Faith of the Centurion 8:14-15 Jesus Heals Peter's Mother-in-Law 8:16-17 Jesus Heals Many 8:18-22 The Cost of Following Jesus 8:23-27 Jesus Calms the Storm 8:28-34 The Gadarene Demoniacs 9:1-8 Jesus Heals a Paralytic 9:9-13 Jesus Calls Matthew the Tax Collector 9:14-17 A Question About Fasting 9:18-26 Jairus's Daughter and the Bleeding Woman 9:27-31 Jesus Heals Two Blind Men 9:32-34 Jesus Heals a Man Unable to Speak 9:35-38 The Workers Are Few 10:1-15 Jesus Sends Out the Twelve Apostles 10:16-25 Coming Persecutions Foretold 10:26-33 Fear Him Who Is to Be Feared 10:34-39 Not Peace, but a Sword 10:40-42 Rewards for Receiving a Disciple 11:2-19 The Question from John the Baptist 11:20-24 Woe to the Unrepentant Cities 11:25-30 Come to Me, All Who Labor 12:1-8 Jesus Passes Through the Grainfields on the Sabbath 12:9-14 Jesus Heals a Man with a Withered Hand on the Sabbath 12:15-21 God's Chosen Servant 12:22-32 Jesus and Beelzebul 12:33-37 A Tree and Its Fruit 12:38-42 The Sign of Jonah 12:43-45 The Return of an Unclean Spirit 12:46-50 Who Are Jesus' True Family 13:1-9 The Parable of the Sower 13:10-17 The Purpose of the Parables 13:18-23 The Parable of the Sower Explained 13:24-30 The Parable of the Weeds 13:31-32 The Parable of the Mustard Seed 13:33-35 The Parable of the Leaven 13:36-43 The Parable of the Weeds Explained 13:44-46 The Parables of the Hidden Treasure and the Pearl 13:47-52 The Parable of the Net 13:53-58 Jesus Rejected at Nazareth 14:1-12 The Death of John the Baptist 14:13-21 Jesus Feeds the Five Thousand 14:22-33 Jesus Walks on the Water 14:34-36 Jesus Heals the Sick in Gennesaret 15:1-20 What Defiles a Person 15:21-28 The Faith of the Canaanite Woman 15:29-31 Jesus Heals Many 15:32-39 Jesus Feeds the Four Thousand 16:1-4 The Pharisees Demand a Sign 16:5-12 Beware of the Leaven of the Pharisees 16:13-20 Peter's Confession of Faith 16:21-28 Jesus Foretells His Death and Resurrection 17:1-9 The Transfiguration 17:10-13 The Question About Elijah 17:14-21 Jesus Heals a Boy with a Demon 17:22-23 Jesus Again Foretells His Death and Resurrection 17:24-27 Jesus Pays the Temple Tax 18:1-5 The Greatest in the Kingdom of Heaven 18:6-9 Warning Against Causing Others to Stumble 18:10-14 The Parable of the Lost Sheep 18:15-20 If Your Brother Sins Against You 18:21-35 The Parable of the Unforgiving Servant 19:1-12 Teaching on Divorce 19:13-15 Jesus Blesses the Little Children 19:16-30 The Rich Young Man 20:1-16 The Parable of the Workers in the Vineyard 20:17-19 Jesus Foretells His Death and Resurrection a Third Time 20:20-28 The Request of James and John's Mother 20:29-34 Jesus Heals the Blind Men at Jericho 21:1-11 The Triumphal Entry into Jerusalem 21:12-17 Jesus Cleanses the Temple 21:18-22 Jesus Curses the Barren Fig Tree 21:23-27 By What Authority Do You Do These Things 21:28-32 The Parable of the Two Sons 21:33-46 The Parable of the Tenants 22:1-14 The Parable of the Wedding Feast 22:15-22 Paying Taxes to Caesar 22:23-33 The Question About the Resurrection 22:34-40 The Greatest Commandment 22:41-46 Whose Son Is the Christ 23:1-12 Jesus Denounces the Scribes and Pharisees 23:13-36 Woe to the Hypocrites 23:37-39 Lament over Jerusalem 24:1-44 The Olivet Discourse (Signs of the End) 24:45-51 The Faithful and Wicked Servants 25:1-13 The Parable of the Ten Virgins 25:14-30 The Parable of the Talents 25:31-46 The Judgment of the Sheep and the Goats 26:1-5 The Plot to Kill Jesus 26:6-13 Mary Anoints Jesus with Perfume 26:14-16 Judas Agrees to Betray Jesus 26:17-19 Preparing the Passover Meal 26:20-25 Jesus Foretells His Betrayal 26:26-30 The Institution of the Lord's Supper 26:31-35 Jesus Foretells Peter's Denial 26:36-46 Jesus Prays in Gethsemane 26:47-56 The Betrayal and Arrest of Jesus 26:57-68 Jesus Before the Sanhedrin 26:69-75 Peter Denies Jesus 27:1-2 Jesus Delivered to Pilate 27:3-10 Judas Hangs Himself 27:11-26 Jesus Before Pilate 27:27-31 The Soldiers Mock Jesus 27:32-44 The Crucifixion 27:45-56 The Death of Jesus 27:57-61 The Burial of Jesus 27:62-66 The Guard at the Tomb 28:1-10 The Resurrection 28:11-15 The Report of the Guards 28:16-20 The Great Commission
22:1
待機

En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende:

22:2
待機

Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;

22:3
待機

En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen.

22:4
待機

Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft.

22:5
待機

Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap.

22:6
待機

En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen.

22:7
待機

Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken.

22:8
待機

Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig.

22:9
待機

Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.

22:10
待機

En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.

22:11
待機

En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;

22:12
待機

En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde.

22:13
待機

Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.

22:14
待機

Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

22:15
待機

Toen gingen de Farizeen heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in Zijn rede.

22:16
待機

En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan;

22:17
待機

Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den keizer schatting te geven of niet?

22:18
待機

Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide: (22:19) Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij?

22:19
待機

Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.

22:20
待機

En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift?

22:21
待機

Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.

22:22
待機

En zij, dit horende, verwonderden zich, en Hem verlatende, zijn zij weggegaan.

22:23
待機

Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.

22:24
待機

Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.

22:25
待機

Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.

22:26
待機

Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe.

22:27
待機

Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.

22:28
待機

In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?

22:29
待機

Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.

22:30
待機

Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.

22:31
待機

En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:

22:32
待機

Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.

22:33
待機

En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.

22:34
待機

En de Farizeen, gehoord hebbende, dat Hij den Sadduceen den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd.

22:35
待機

En een uit hen, zijnde een wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende:

22:36
待機

Meester! welk is het grote gebod in de wet?

22:37
待機

En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.

22:38
待機

Dit is het eerste en het grote gebod.

22:39
待機

En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

22:40
待機

Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

22:41
待機

Als nu de Farizeen samenvergaderd waren, vraagde hun Jezus,

22:42
待機

En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon.

22:43
待機

Hij zeide tot hen: Hoe noemt Hem dan David, in den Geest, zijn Heere? zeggende:

22:44
待機

De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

22:45
待機

Indien Hem dan David noemt zijn Heere, hoe is Hij zijn Zoon?

22:46
待機

En niemand kon Hem een woord antwoorden; noch iemand durfde Hem van dien dag aan iets meer vragen.