scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Matthew 8장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Matthew

1:1-17 The Genealogy of Jesus Christ 1:18-25 The Birth of Jesus 2:1-12 The Visit of the Magi 2:13-15 The Escape to Egypt 2:16-18 The Massacre of the Infants in Bethlehem 2:19-23 The Return from Egypt to Nazareth 3:1-12 The Witness of John the Baptist 3:13-17 The Baptism of Jesus 4:1-11 The Temptation in the Wilderness 4:12-17 Jesus Begins to Preach in Galilee 4:18-22 Jesus Calls Four Fishermen 4:23-25 Jesus Teaches and Heals 5:1-12 The Beatitudes 5:13-16 Salt and Light 5:17-20 The Fulfillment of the Law 5:21-26 Anger and Reconciliation 5:27-30 You Shall Not Commit Adultery 5:31-32 Teaching on Divorce 5:33-37 You Shall Not Swear Oaths 5:38-42 Do Not Repay Evil 5:43-48 Love Your Enemies 6:1-4 Give to the Needy in Secret 6:5-15 Teaching on Prayer 6:16-18 Teaching on Fasting 6:19-24 Store Up Treasures in Heaven 6:25-34 Do Not Be Anxious 7:1-6 Do Not Judge Others 7:7-12 Ask, Seek, Knock 7:13-14 Enter Through the Narrow Gate 7:15-23 A Tree and Its Fruit 7:24-29 The House Built on the Rock 8:1-4 Jesus Cleanses a Leper 8:5-13 The Faith of the Centurion 8:14-15 Jesus Heals Peter's Mother-in-Law 8:16-17 Jesus Heals Many 8:18-22 The Cost of Following Jesus 8:23-27 Jesus Calms the Storm 8:28-34 The Gadarene Demoniacs 9:1-8 Jesus Heals a Paralytic 9:9-13 Jesus Calls Matthew the Tax Collector 9:14-17 A Question About Fasting 9:18-26 Jairus's Daughter and the Bleeding Woman 9:27-31 Jesus Heals Two Blind Men 9:32-34 Jesus Heals a Man Unable to Speak 9:35-38 The Workers Are Few 10:1-15 Jesus Sends Out the Twelve Apostles 10:16-25 Coming Persecutions Foretold 10:26-33 Fear Him Who Is to Be Feared 10:34-39 Not Peace, but a Sword 10:40-42 Rewards for Receiving a Disciple 11:2-19 The Question from John the Baptist 11:20-24 Woe to the Unrepentant Cities 11:25-30 Come to Me, All Who Labor 12:1-8 Jesus Passes Through the Grainfields on the Sabbath 12:9-14 Jesus Heals a Man with a Withered Hand on the Sabbath 12:15-21 God's Chosen Servant 12:22-32 Jesus and Beelzebul 12:33-37 A Tree and Its Fruit 12:38-42 The Sign of Jonah 12:43-45 The Return of an Unclean Spirit 12:46-50 Who Are Jesus' True Family 13:1-9 The Parable of the Sower 13:10-17 The Purpose of the Parables 13:18-23 The Parable of the Sower Explained 13:24-30 The Parable of the Weeds 13:31-32 The Parable of the Mustard Seed 13:33-35 The Parable of the Leaven 13:36-43 The Parable of the Weeds Explained 13:44-46 The Parables of the Hidden Treasure and the Pearl 13:47-52 The Parable of the Net 13:53-58 Jesus Rejected at Nazareth 14:1-12 The Death of John the Baptist 14:13-21 Jesus Feeds the Five Thousand 14:22-33 Jesus Walks on the Water 14:34-36 Jesus Heals the Sick in Gennesaret 15:1-20 What Defiles a Person 15:21-28 The Faith of the Canaanite Woman 15:29-31 Jesus Heals Many 15:32-39 Jesus Feeds the Four Thousand 16:1-4 The Pharisees Demand a Sign 16:5-12 Beware of the Leaven of the Pharisees 16:13-20 Peter's Confession of Faith 16:21-28 Jesus Foretells His Death and Resurrection 17:1-9 The Transfiguration 17:10-13 The Question About Elijah 17:14-21 Jesus Heals a Boy with a Demon 17:22-23 Jesus Again Foretells His Death and Resurrection 17:24-27 Jesus Pays the Temple Tax 18:1-5 The Greatest in the Kingdom of Heaven 18:6-9 Warning Against Causing Others to Stumble 18:10-14 The Parable of the Lost Sheep 18:15-20 If Your Brother Sins Against You 18:21-35 The Parable of the Unforgiving Servant 19:1-12 Teaching on Divorce 19:13-15 Jesus Blesses the Little Children 19:16-30 The Rich Young Man 20:1-16 The Parable of the Workers in the Vineyard 20:17-19 Jesus Foretells His Death and Resurrection a Third Time 20:20-28 The Request of James and John's Mother 20:29-34 Jesus Heals the Blind Men at Jericho 21:1-11 The Triumphal Entry into Jerusalem 21:12-17 Jesus Cleanses the Temple 21:18-22 Jesus Curses the Barren Fig Tree 21:23-27 By What Authority Do You Do These Things 21:28-32 The Parable of the Two Sons 21:33-46 The Parable of the Tenants 22:1-14 The Parable of the Wedding Feast 22:15-22 Paying Taxes to Caesar 22:23-33 The Question About the Resurrection 22:34-40 The Greatest Commandment 22:41-46 Whose Son Is the Christ 23:1-12 Jesus Denounces the Scribes and Pharisees 23:13-36 Woe to the Hypocrites 23:37-39 Lament over Jerusalem 24:1-44 The Olivet Discourse (Signs of the End) 24:45-51 The Faithful and Wicked Servants 25:1-13 The Parable of the Ten Virgins 25:14-30 The Parable of the Talents 25:31-46 The Judgment of the Sheep and the Goats 26:1-5 The Plot to Kill Jesus 26:6-13 Mary Anoints Jesus with Perfume 26:14-16 Judas Agrees to Betray Jesus 26:17-19 Preparing the Passover Meal 26:20-25 Jesus Foretells His Betrayal 26:26-30 The Institution of the Lord's Supper 26:31-35 Jesus Foretells Peter's Denial 26:36-46 Jesus Prays in Gethsemane 26:47-56 The Betrayal and Arrest of Jesus 26:57-68 Jesus Before the Sanhedrin 26:69-75 Peter Denies Jesus 27:1-2 Jesus Delivered to Pilate 27:3-10 Judas Hangs Himself 27:11-26 Jesus Before Pilate 27:27-31 The Soldiers Mock Jesus 27:32-44 The Crucifixion 27:45-56 The Death of Jesus 27:57-61 The Burial of Jesus 27:62-66 The Guard at the Tomb 28:1-10 The Resurrection 28:11-15 The Report of the Guards 28:16-20 The Great Commission
8:1
待機

Toen Hij nu van den berg afgeklommen was, zijn Hem vele scharen gevolgd.

8:2
待機

En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

8:3
待機

En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.

8:4
待機

En Jezus zeide tot hem: Zie, dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave, die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

8:5
待機

Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,

8:6
待機

En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.

8:7
待機

En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.

8:8
待機

En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

8:9
待機

Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

8:10
待機

Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot degenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.

8:11
待機

Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;

8:12
待機

En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.

8:13
待機

En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.

8:14
待機

En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts.

8:15
待機

En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.

8:16
待機

En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;

8:17
待機

Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.

8:18
待機

En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.

8:19
待機

En er kwam een zeker Schriftgeleerde tot Hem, en zeide tot Hem: Meester! ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat.

8:20
待機

En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.

8:21
待機

En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere! laat mij toe, dat ik eerst heenga, en mijn vader begrave.

8:22
待機

Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.

8:23
待機

En als Hij in het schip gegaan was, zijn Hem Zijn discipelen gevolgd.

8:24
待機

En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.

8:25
待機

En Zijn discipelen, bij Hem komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan!

8:26
待機

En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.

8:27
待機

En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!

8:28
待機

En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan.

8:29
待機

En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?

8:30
待機

En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende.

8:31
待機

En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.

8:32
待機

En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.

8:33
待機

En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al deze dingen, en wat den bezetenen geschied was.

8:34
待機

En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.